Zomerspeler

Er is geen beter gevoel dan een zaal die lacht om jouw grappen. Het is al het geploeter waard. Alle twijfels, alle angsten smelten als sneeuw voor de zon en het enige wat je denkt is 'ik wil nog eens'.


Met dit gevaarlijk verslavende geluksstofje zat ik na de show op het terras met de andere comedians. We evalueerden elkaars act, we lachten, maakte grappen en ontvingen gretig complimenten van het publiek.


Aan ons tafeltje zat een jongen die ik kende uit het 'open mic circuit' die niet had gespeeld maar was komen kijken. Voor de duidelijkheid, 'open mic' betekent dat je mag spelen, niet betaald krijgt maar in ruil daarvoor op je bek mag gaan. Ervaren comedians gebruiken deze avonden om nieuw materiaal uit te proberen, beginners hopen dat dit een eerste stap op de ladder is.


Deze jongen staat nog onder aan de ladder. Hij heeft niet veel materiaal en moet zich nog ontwikkelen. Om dan aan een tafel te zitten met andere comedians die net de pannen van het dak hebben gespeeld is niet makkelijk.


Ik vroeg hem of hij ook weer aan het spelen was, nu de zalen weer open mogen. 'Nee, ik ben niet zo'n zomer-speler', zei hij nonchalant. 'Ik speel liever lekker in de herfst en de winter.'


Meteen moest ik denken aan een fragment uit de documentaire 'Comedian' over Jerry Seinfeld. Te zien op Netflix, verplichte kost voor iedereen die overweegt dit vak in te gaan.

Deze documentaire volgt Seinfeld in zijn zoektocht naar nieuw materiaal na jaren van afwezigheid op de podia. Hij is op de top van zijn roem dankzij zijn tv show, maar op het podium is hij weer een beginneling. Hij worstelt, zoekt en ploetert.

Dan heeft hij een gesprek met een doorgewinterde collega Colin Quinn. Seinfeld zegt dat hij liever niet meer de late zaterdagavond shows speelt. 'Mensen zijn dronken en luidruchtig'. Quinn zet hem op zijn plek. 'Omstandigheden doen er niet toe. Vroeg, laat, woensdag, weekend. Spelen, spelen, spelen. Alleen zo word je goed'.


Dit fragment staat in mijn geheugen gegrift. Als het je lukt om een dronken publiek van maar vijftien man aan het lachen te krijgen op een doordeweekse zomerse dinsdag terwijl je microfoon het niet doet, dan weet je dat je materiaal werkt.


'Ah ja', zei ik tegen de jongen en draaide me om. Dat wordt nog een hele lange ladder.