Wonder

Ik had haast. Om half twee stond mijn afspraak gepland en ik was te laat vertrokken. Een flinke demarrage was noodzakelijk om op tijd te komen. Met het zweet op mijn rug zette ik mijn fiets op slot.


Ik keek op en zag een rij. Een lange rij. Een hele lange rij. Ongelovig begon ik te lopen. Ik sloeg een hoek om en zag dat de rij zich verder uitstrekte.


Uiteindelijk wist ik aan te sluiten als laatste van velen. Tergend langzaam maar onverstoorbaar schuifelden we voort. In de verte zagen we onze bestemming. Een gigantische loods. De ingang afgeschermd met een zwart doek waardoor we niet konden zien wat zich daarbinnen afspeelde. De spanning steeg meter voor meter.


Poortjes dwongen ons plots om zigzaggend onze reis voort te zetten. Ik moest denken aan de Efteling. Waar waren de bordjes die de wachttijden aangaven?

'Papieren gereed houden'. Een forse beveiliger instrueerde ons met kalme maar duidelijke toon. Braaf haalde iedereen zijn paspoort en paperassen te voorschijn.

Ik was aan de beurt en liet mijn papieren zien. Er klonk muziek en geroezemoes uit de loods. Een keurend knikje en ik mocht naar binnen.


Verwonderd bleef ik staan toen ik zag wat ik zag. Nog eens honderden mensen in zigzaggende rijen, traag voortschrijdend in een monotoon tempo.


Het zal mijn katholieke, Limburgse inslag zijn geweest maar ik kreeg Bijbelse visioenen. Bedevaart processies, pelgrimstochten en volkstellingen.


Ik voelde me nietig maar ook een onlosmakelijk onderdeel van een groter geheel. Niet alleen hier in deze loods, maar overal in het land, in de ganse wereld verzamelen mensen zich op dezelfde manier op hetzelfde moment.


En allemaal met dezelfde reden. Het ontvangen van een wonderlijk serum dat ons moet beschermen tegen ziekte en rampspoed.


Dit is dus wat het virus met ons doet. Het brengt ons samen. Kippenvel trok in een golf over mijn lijf. Ecce homo, zie de mens. Ik voelde me verbonden met alle broeders en zusters om me heen. We hebben het écht samen gedaan.


Toen nam achter me een man zijn telefoon op. 'Ja pik luister, ik kom dus te laat, want er staat hier een kanker lange rij bij die kutvaccinatie'.

Weg was het wonder. Ineens stonden we weer gewoon in een loods in een veel te lange rij. We zijn geen meter opgeschoten.