Volksaard

De eigenwijze Nederlander, de punctuele Duitser, de bourgondische Limburger, de gezellige Brabander, de stugge Fries. Ik kan niet veel met deze clichés. Sentimentele praatjes om mensen zo snel mogelijk een hokje in te jagen.


Afgelopen weekend speelde ik op een klein festival in Edam. Door meerdere collega cabaretiers werd ik gewaarschuwd. Noord-Holland, West-Friezen, stug volk.


Deze goedbedoelde adviezen sloeg ik met een flinke korrel zout in de frisse Hollandse polderwind. Je kunt mensen onmogelijk reduceren tot de plak grond waar ze ooit werden geworpen.


Regen stroomde uit een loodgrijze hemel toen ik aankwam in Edam. Het festivalterrein bleek een anonieme parkeerplaats achter een buurthuis. Mensen in regenjassen en poncho's schuilden zwijgend onder tentzeiltjes. Niet bepaald een jubel stemming.


Ik werd welkom geheten door Roy. Kort en krachtig gaf hij me de praktische info. Dit was de veertigste editie van het festival. Door corona hadden ze drie jaar moeten wachten, dus ze hadden er zin in. Het was goed dat hij dit erbij zei, want deze feestvreugde viel verder nergens aan af te lezen.


Terwijl een band haar best deed om wat sfeer de feesttent in te blazen, begeleidde Roy me naar het buurthuis. Daar mocht ik mijn kunsten vertonen. Geluidstechnicus Henk had binnen twee minuten de sound gecheckt en verder moest het allemaal wel goed komen.


'Ja op zich is het vooral muziek maar we doen wel vaker iets met theater', was het antwoord van Roy op mijn vraag of het publiek eigenlijk wel wist dat er een cabaretier kwam optreden. Op een stoel in een verder kale kleedkamer maakte ik mijn borst nat. Dit kon wel eens een lang half uur worden.


Het zaaltje zat helemaal vol toen Roy het podium op klom. 'Hij is bezig met try outs, hij won het Camaretten festival, hier is Martijn Crins'. Geen woord teveel.


Net zo stug als het publiek heb ik een half uur lang al mijn schwung en spelplezier op ze los gelaten. Af en toe een lachsalvo, meestal wat gegrinnik en verder doodse stilte. Met de armen over elkaar keken ze het aan.


Toen ik klaar was klonk er een onverwacht groot applaus. 'We hebben genoten', zei Roy met een uitgestreken gezicht. Ook nu was het weer goed dat hij het erbij zei, want dat genieten doen ze hier blijkbaar vooral in stilte.


Het is dus waar. Stugge jongens, die West Friezen. Maar, aardige stugge jongens.