Pantoffels

Vandaag fiets ik mijn favoriete route: de apotheekronde. Ik bezorg dan medicijnen in een van de armste wijken van de stad.


De laatste stop is mevrouw Zwaardvis. Een oud vrouwtje in een treurig appartement.

Ik zie de voordeur openstaat. Met een flinke zak medicijnen in mijn hand loop ik naar de deurbel en hoor paniekerige stemmen binnen.


'Fi! Hallo! Hoort u mij?! Fi, word eens wakker!'

Ik kijk omhoog het trappenhuis in en zie bovenaan de trap twee pantoffels. Aan voeten. Van iemand die ligt.


'Fi, lieverd word eens wakker!'

'Alles oké', roep ik naar boven. 'Kan ik helpen?'

'Mevrouw is gevallen, ik heb 112 gebeld, ik weet niet wat ik moet doen, ze valt steeds weg!'

'Blijf tegen haar praten! Kent u haar?'

'Ik ben haar onderbuurman, ik ken haar heel goed!'

'Zeg wie u bent. Roep desnoods, hou haar erbij.'

Een onbegrijpelijke kalmte maakt zich van me meester terwijl mijn hart bonkt.

'Waar blijft die ambulance?! Ik heb al twee minuten geleden gebeld! Ze zakt weg maar ik durf niet te reanimeren, ze is zo broos, misschien breek ik haar ribben.'

In een flits realiseer ik me wie daar ligt. Mevrouw Zwaardvis.

Pijnprikkels, hoor ik mezelf zeggen. Knijp in de spieren in haar nek.

Een cursus Eerste Hulp op de middelbare school komt in een flits tot me terug. Pijnprikkels, ik wist niet dat ik het wist.

In de verte sirenes.

O goddank, Fi, ze zijn er!

Ik zwaai naar de ambulance en wijs de verpleegkundigen naar de plek van het onheil.

“Wil mevrouw gereanimeerd worden”, vraagt een van de verpleegkundigen aan de onderbuurman.

Geen idee, wacht ik bel haar dochter.

...Ria, niet schrikken, het gaat niet goed met Fi, wil ze gereanimeerd worden...niet...?

“Oké stop de procedure”, wordt in een portofoon gezegd. “Heeft u misschien een laken?”

Terwijl het drama zich boven voltrekt sta ik beneden aan de trap. Het enige wat ik er van heb kunnen zien zijn de pantoffels. De pantoffels van mevrouw Zwaardvis die gevallen is, niet gereanimeerd wil worden en nu verdwijnt onder een lichtblauw laken.

De onderbuurman begint te snikken.

Ineens voel ik dat ik de zak met medicijnen nog in mijn hand heb.

Medicijnen voor een dode.

Ik zet de zak voorzichtig op de trap, draai me om en loop naar mijn fiets.

Het enige wat ik nog denk, blijkbaar is dit net gebeurd.