Niks doen

Niks doen is moeilijker dan je denkt. Voor je het weet doe je toch weer iets. Ik kan het niet goed. Terwijl het toch van groot belang is, niks doen.


Naast het podium moet ik niks doen verdienen. Het is mijn katholieke inslag misschien maar om zonder eerst labeur te leveren op de bank te liggen, het ligt gewoon niet comfortabel. Maar zelfs als ik van mijn zogenaamd welverdiende rust geniet moet ik opletten dat ik niet toch nog iets doe. Even een mailtje, iets opruimen, een ideetje opschrijven, een tekeningetje. Voor je het weet ben je een half uur verder en heb je nog steeds niet niks gedaan.


Terwijl juist 'het gebied van niks doen', van verveling, van lummelen een noodzakelijk stadium is voor creativiteit. Leeg zijn om gevuld te worden. Zoiets. In de podcast 'Ervaring voor beginners' van Theo Maassen wordt het zowel door Maassen als door meerdere collega's meerdere keren benadrukt. 'Verveel je. Doe en wil niks. Dan komt het'.


Voor mij werkt rondfietsen heel goed. Rondfietsen met een niet ter zake doend doel. Nietjes kopen is bijvoorbeeld een perfect zinloos doel. Ik pak mijn fiets, ga nietjes kopen en na vele omzwervingen, waarbij het gemiddelde tempo niet boven de 20km per uur mag komen, kom ik een paar uur later vol ideeën en zonder nietjes weer thuis.


Zoals ik al zei, ik ben niet goed in niksen. Ik kan pas 'niets doen' als ik 'iets te doen heb'. Al is het maar rondfietsen.


Op het podium is niets doen misschien wel het hoogst haalbare. Zeker als komiek ben je geneigd om constant 'iets' te doen. Een verhaal volledig uitbeelden, woorden benadrukken, bekken trekken, alles om het publiek maar geboeid te houden.

Terwijl de, in mijn ogen, grootste komieken de kunst van het 'niets doen' verstaan. Toon Hermans was er een meester in. Met een uitgestreken gezicht liet hij enorme pauzes vallen. 'De stoel van zijn zuster', 'Snieklaas' en als hoogtepunt 'het Tennisracket', waarbij hij een volle zaal minuten laat wachten op een tennisracket dat uit de auto moet worden gehaald. Ondertussen slentert hij wat rond op het podium en doet niks. De spanning loopt bij het publiek zo hoog op dat er wordt gehuild van het lachen. Een ongelooflijk moeilijke en meesterlijke act.


Wie weet, als ik hard blijf werken, kan ik het op den duur ook. Niks doen.