Nachtmerrie

Mijn trouwe lezers hebben in mijn vorige column al gelezen dat ook deze zomer mijn nachtmerrie weer werkelijkheid is geworden. Ik ben op vakantie.


Een korte samenvatting van de eerste week.


Omdat onze auto geen airco heeft, en we met ons dochtertje van acht maanden naar het kokend hete Italië wilden, boden mijn ouders hun auto aan. Een chique bak met airco.


Op dag één werd ik geflitst, op dag twee een ster in de vooruit, op dag drie reed ik er een deuk in en op dag vier lette ik niet op met inparkeren en ramde de bumper van een oud Italiaans omaatje aan gort.


Ondertussen was ons dochtertje ziek geworden. In grote golven kwam alles wat erin ging er weer uit. Aan beide kanten. Eten deed ze amper, drinken met moeite.


In Ventigmilia onderzocht Dottore Castagnoli haar. Een vriendelijke, kundige man. Op de vierde verdieping van een statig pand hield hij praktijk in een bloedheet kamertje. Een virale infectie, concludeerde hij. Rustig aan doen en elke dag een hydraterend medicijn laten drinken.


Collega ouders weten het, een koppige baby die niet wil drinken, elke dag een portie medicijnen laten nemen, daar is geen beginnen aan.


Al met al zijn we dus een week onderweg en hebben we vooral verzekeringen geregeld, dokters bezocht, apotheken gezocht en hotels gebeld. O ja, ik nam èn passant ook nog de autosleutel in plaats van de sleutel van het appartement mee toen we even een wandelingetje maakten om op adem te komen.


Dit is dus mijn nachtmerrie. Mijn rotte plek. Volwassen en kalm, 'serieuze, grote mensen dingen' regelen, via internet, op een telefoon, in een taal die ik niet machtig ben.


Constant maak ik verkeerde keuzes. Ik raak verstrikt in een oerwoud van hotel-keuzes, ik weet niet eens of ik verzekerd ben, laat staan waarvoor, en iedere keer dat mijn dochter weer overgeeft of niets wil drinken denk ik dat ze ter plekke sterft.


Mijn vriendin slaat zich door dit alles 'manmoedig' heen. Daarmee is zij ook het levende bewijs dat deze patriarchale beeldspraak totaal niet klopt. Waar zij kalm blijft handelen, raak ik, de 'man des huizes', in paniek. Zweet breekt me uit, handen beginnen te trillen, ik krijg pieptonen en blackouts.


Een vakantie is voor mij geen ontspanning, maar een reis naar de bron van al mijn tekortkomingen. Dit was week één. Ik ben benieuwd naar de tweede.