Mandarijntjes

Voor me op tafel ligt een mandarijn. Ik heb het altijd een beetje te doen met de mandarijn. Hij is zo overduidelijk het kleine broertje van de sinaasappel. Je ziet hem bijna zijn best doen om zich te bewijzen tegenover zijn grote broer.


Meestal heb ik ze allebei in huis, maar ik probeer de mandarijntjes altijd een beetje apart te houden van de sinaasappels. Dan leg ik er een tros bananen tussen bijvoorbeeld. Of een paar appels. Als buffer.


Die sinaasappels liggen er zo groot en krachtig bij. Perfect rond. Daar steken de mandarijntjes een beetje oenig tegen af. Ze zijn nooit echt rond en ze hebben dat kwetsbare schilletje waar je zo doorheen bent. In de winter denk ik altijd dat de mandarijntjes het een beetje koud hebben.


Een sinaasappel lijkt gezonder op de een of andere manier. Alsof je die serieuzer moet nemen. Loopt ook zo te pronken met zijn sap altijd, die sinaasappel. Dat is voor ons hét teken van gezondheid, sinaasappelsap. Zodra er iemand een keertje niest wordt er al geperst.


Jus d'orange. Zo wil de sinaasappel eigenlijk dat we zijn sap noemen. Verse jus, mag ook. Voor vrienden. Maar gewoon sinaasappelsap, dat is te plat voor meneer. Te ordinair. Jus heeft meer cachet. Het geeft het sap net dat extra's dat het ook verdient, vindt de sinaasappel zelf.


Jus d'orange mag ook altijd mee naar feesten en partijen. Die is daar een graag geziene gast. In de wodka, bij de Passoa, lekker samen spelen in de zonsondergang met de Tequila. En 's ochtends bij het ontbijt, om de kater weg te spoelen, raad eens wie daar weer het hoogste woord heeft?


En het arme mandarijntje mag nooit mee. Ja, naar het werk of naar school. Soms ligt een mandarijntje wekenlang uit liggen drogen op de bodem van een tas of onder in de fruitschaal. Weggedrukt door al dat andere fruit.


Terwijl ik toch meer mandarijntjes eet dan sinaasappels. Veel handzamer en makkelijker. Prettiger van formaat en de partjes zijn ook veel praktischer dan bij een sinaasappel. Een sinaasappel is gedoe. Die lompe schil, al dat sap dat bijna obsceen alle kanten op druipt.


Maar ja, ik pers ook nooit een mandarijn. Ik vergeet ze ook vaak. Dat verdienen ze niet.


Ik heb de mandarijntjes nu boven op de sinaasappels gelegd in de fruitschaal. Ze glimmen van trots.