Koers en Cabaret

Ik verzamel vergelijkingen. Niets is zo verhelderend als een goeie vergelijking.

Het smakelijke aan een vergelijking is de flinterdunne lijn tussen diepe wijsheid en belachelijke clichés.


Theo Maassen maakte ooit de vergelijking met het 'marineren'. Je moet je ideeën lang genoeg laten pruttelen voor ze klaar zijn voor een publiek. Goeie metafoor. Helder, inzichtelijk en bruikbaar voor een beginnende cabaretier. Er is echter ook Herman van Veen. Die is zo verliefd op zijn wollige fantasie dat hij nogal eens verdwaalt in een doolhof van metaforen. Het ene moment is hij een panter die het publiek besluipt, dan is hij weer de dirigent. Tussendoor is hij ook nog een troubadour en een spin. En dit is nog maar een kleine greep uit zijn omvangrijke oeuvre.


Nu wil ik mij hier, voor jullie, in de waagschaal stellen. Het is de goden verzoeken, ik weet het, maar ik ga een eigen vergelijking maken. Als liefhebber kan ik niet langer aan de kant blijven staan.

Het gaat om mijn twee grote liefdes. En voor grote liefdes moet je je nek uitsteken. De vergelijking tussen 'koers' en 'cabaret'.


Daar gaan we.

Koers is bij uitstek de sport van het afzien. Het zinnebeeld van lijden. Ik kan u verzekeren, die vergelijking gaat op. Als cabaretier moet je namelijk kunnen afzien. De spanning voor een optreden. De kwetsbaarheid. Het risico van op je bek gaan. Wat als je grappen niet werken? Falen en afzien zijn wezenlijke onderdelen van het proces.


Wielrennen is een sport voor solisten. Natuurlijk zijn er ploegmaats, teamleiders en soigneurs maar uiteindelijk moet je het zelf doen. Ook die vergelijking gaat op. Natuurlijk zijn er collega's om mee te sparren, is er een regisseur en een impresariaat maar uiteindelijk sta je daar toch alleen gevangen in de spotlights.


Als laatste de koorddans tussen heroïek en tragiek. Het afzien van de wielrenner wordt heroïsch als hij als eerste over de meet komt. Hetzelfde afzien wordt tragisch als hij instort en als 53e finisht. Zolang de voorstelling werkt is de cabaretier onoverwinnelijk. Maar valt het stil dan is er niets zo tragisch als een ploeterende komiek.


Zo. Mijn twee grote liefdes zijn eindelijk samengebracht. Het was afzien, ik moest het helemaal alleen doen, ik voelde de afgrond van de tragiek trekken maar ik heb mijn vergelijking gemaakt. Het is nu aan u om te beoordelen of ik de koorddans heb overleefd.