Kermiskoers

'Het is koers'. Na twee schrale corona jaren, waarin alles wat het leven schwung geeft aan banden werd gelegd, mochten deze iconische woorden eindelijk weer uitgesproken worden.


Afgelopen weekend was het kermis in ons dorp. Zo zeg je dat. Een feest geef je, een bruiloft vier je, een kermis 'is'. Als een gegeven. Een vaststaand feit.


Aan mijn vrienden buiten Limburg moet ik iedere keer weer uitleggen waarom alles moet wijken voor dit feest. Voor hen is een kermis een ordinair residu uit een vervlogen tijd. Iets waar je lacherig overheen loopt als je er toevallig bij uitkomt op een vakantie in Frankrijk.


Maar als je uit een Limburgs dorp komt weet je dat de kermis het feest der feesten is. Tenminste, als je een goeie kermis hebt. En die hebben we.


Laat duidelijk zijn, het stelt absoluut niks voor. Een carrousel, een rups, soms botsauto's, een schiettent en een viskraam. Dat is het. Dat is ook precies genoeg want daar gaat het niet om.

De knipperende lampjes en de opzwepende muziek zijn de prelude van het eigenlijke feest.


De platte kar met de slechte coverbands waar niemand naar luistert, 's nachts afdansen in zaal Wetemans, met een kater op zondagochtend naar het concert van de fanfare luisteren, op maandagavond nog een keer voor vijftig euro muntjes inslaan. Daar gaat het om.


Drie dagen lang drinken, dansen en ouwehoeren met alle mensen die je de rest van het jaar ook al elke dag ziet. Maar nu is het anders. Want nu is het kermis.


Het startsein is de kermiskoers op zaterdagmiddag. Nadat de pastoor zijn zegen heeft gegeven strijden de lokale cyclisten een uur lang om de winst en eeuwige roem. Over hindernissen, slingerend op de dorpsstraat en dwars door de twee cafés die ons dorp rijk is.

Aan mij de eer om dit unieke criterium te voorzien van commentaar. Een lange improvisatie die het midden houdt tussen serieuze wedstrijdspanning en een lokale oudejaarsconference. Want samen met een goede vriend becommentariëren we niet alleen de koers, maar meteen ook het hele dorp.


Ik zie het als een stevige training voor mijn ontwikkeling als comedian. Zoals een wielrenner op hoogtestage gaat, geef ik commentaar bij de kermiskoers. Geen script, geen afspraken, maar ruim een uur lang improviseren.


Dat het dit jaar na vijf minuten al duidelijk was wie de winnaar zou zijn maakte de training extra zwaar. Lekker. Het is koers.