Huiselijk leed

Mijn vriendin zit op mijn plek. Je zou kunnen denken 'doe niet zo kinderachtig, wat maakt het nou uit wie waar zit'? We zijn inderdaad twee volwassen mensen die vrij zijn om in hun eigen huis te zitten waar ze willen. Maar één ding begrijpt u niet. Ik leef in een wereld van chaos.


Natuurlijk, we leven allemaal in een zich almaar uitdijend chaotisch universum. Maar als ik niet oplet dan wordt mijn plek een miniatuur versie van die ordeloze kosmos. Voor mij is het kraakhelder. Ieder heeft zijn helft van de tafel en richt die naar eigen inzicht in.


Mijn leven kent al weinig structuur. Dan heb ik repetities, dan een dag vol afspraken. Ik schrijf, speel, lees, regel, organiseer, bedenk en bewonder. Geen dag is hetzelfde. Sterker nog, vaak is geen uur hetzelfde. Ik heb geen baas of leidinggevende dus ik ben zelf verantwoordelijk voor mijn timemanagement en targets. En dat is prima. Geen klagen hier.


Maar om deze wanorde het hoofd te kunnen bieden heb ik een anker nodig. Een vast punt in de chaos. Mijn eigen plek.


Het is sluipenderwijs gegaan. Een tijdje terug zat mijn vriendin ineens naast me in plaats van tegenover me. Het voelde meteen niet goed. Ik kon me niet concentreren, werd onrustig.


Ik begrijp het wel. Ik zou ook naar mijn kant van de tafel komen als ik op haar plek zat. Een onoverzichtelijke troep is het daar. Laptop, telefoon, opladers, onduidelijke kabels, brieven (geopend en ongeopend), scripts (ze is actrice), sleutels, stiften, een schaar, een fopsigaret, een plastic miniatuurboom onder een plastic stolp en ongeopende cadeaus waarvan het niet duidelijk is voor wie ze zijn. Ik zou ook gillend wegrennen.


Gisteren voltrok de ramp zich. Ik had ontbeten, al een flinke bult aan mails weggewerkt, toen ik dacht 'laat ik even douchen'. Nietsvermoedend wilde ik tien minuten later fris weer aan het werk. En toen zat ze daar dus. Mijn vriendin. Op mijn plek.


Als een hond wiens mand plots is weggehaald draalde ik onrustig rond de tafel. Die was nu volledig overgenomen door haar chaos. Zweet brak me uit. Wat moest ik doen? Ik hield het niet meer. Als een beteuterde kleuter hoorde ik mezelf zeggen 'je zit op mijn plek'.


In de blik van mijn vriendin voelde ik afkeer. Van mijn kinderachtigheid? Of van het besef dat ze terug moet naar haar eigen plek?