Gifbeker

Het was koud, de nacht dat André Firment zich een spraakgebrek zoop. We zullen nooit weten of het anders was gelopen op een zwoele zomernacht, maar veel goeds heeft de kou niet gedaan.

De kastelein die hem het laatste zetje gaf werd 'De Roeëje Pruûs' genoemd. 'Roeëd' omdat hij rossig haar had, 'Pruûs' weet ik niet zeker. Misschien omdat hij iets onbetrouwbaars had wat wij met Duitsers associeerden. Maar goed, wij waren zestien, heel veel diepgaande gedachten gingen er niet in ons om.


De Roeëje Pruûs was uitbater van café Oad Leivere. Hij was te jong en had een te gluiperig karakter om de verantwoordelijkheid te dragen over een café vol lomp volk dat niets liever doet dan zich het licht uit de ogen te drinken.


Helaas voor André Firment kwam dit samen op die koude decembernacht. Nu was er wel meer 'helaas' in het leven van André. Hij blonk niet bepaald uit in schoonheid en kon niet voetballen. Voeg daar zijn bijna demonstratieve verwaarlozing van persoonlijke hygiëne aan toe en inderdaad, helaas.


Hij compenseerde deze gebreken door hard te werken en veel te zuipen. Ieder dorp kent deze figuren, ze zijn goed voor minstens de helft van de omzet van de plaatselijke horeca.


Zoals gewoonlijk was André zat die avond. Poepzat. Aan hem moest niet meer geschonken worden. Iedere zichzelf respecterende kastelein herkent deze staat van zijn en handelt daar ook naar. De tap gaat toe.


Zo niet de Roeëje Pruûs. Die zag zijn kans schoon om zich populair te maken bij de overgebleven stamgasten. Hij stelde André een laatste dronk voor. Hij zou een cocktail samen stellen en als André die wist op te zuipen hoefde hij niet te betalen.


André had ook een halve liter accuzuur opgezopen als je hem die had voorgezet. Het werd een halve liter vol met alle sterke en zoete rommel die de Pruûs kon vinden. Een gifbeker. En André dronk hem, tot groot plezier van de aanwezige, leeg.


Om half zes 's ochtends vonden ze hem in een voortuin. Compleet onderkoeld, slapend in de sneeuw. Hij werd met spoed naar het ziekenhuis gebracht maar ze hebben niet kunnen voorkomen dat hij een spraakgebrek over hield aan de gifbeker van de Roeëje Pruûs. Helaas.


Tijdens de lockdown deel ik iedere week een 'Zuipverhaal'. Als ode aan het nachtleven dat niet meer bestaat.