De Lamp

Ik ben een beetje zenuwachtig voor deze column. Dat komt omdat het eindelijk zover is. Ik heb de échte schrijverslamp gekocht waar ik al jaren naar zocht. Een odyssee is ten einde.


Dat ik deze lamp heb gevonden in Genua, stad van schrijver en dichter Ilja Leonard Pfeijffer, geeft hem een haast een profetische betekenis. In het licht van deze lamp zal groots werk worden verricht.


Ik liep door de Via di Scurreria. Een van de donkere straatjes die zich afsplitst van Piazza San Lorenzo. Ineens zag ik hem staan. Aan het einde van dit nauwe gangetje, op het aangrenzende Piazzo Campetto, in Galleria Imperiale Antichita, die haar deuren verwelkomend wijd had opengeslagen, gaf de lamp me een knipoog.


'Hier ben ik dan. Het is tijd. Neem me mee.' Ik had niets in te brengen.


Het is een heer, deze lamp. Een notabele. Ik ruik geolied eikenhout en stevige sigaren. Ernstige overpeinzingen en moeilijke beslissingen werden door deze lamp verlicht en tot een goed einde gebracht.


Kloek staat hij op zijn robuuste messing voet. Zijn wufte, ranke hals geeft hem dat cachet wat gegoede heren zo kenmerkt. De klassieke, groene kap knikt stijlvol en trefzeker ietsje voorover waardoor het lijkt alsof de lamp een minzaam buiginkje geeft. Het iconische trekkoordje hangt saillant als een pochet uit zijn kostuum.


Daar staat hij dan. Eigenlijk iets te chique voor mijn rommelige tafel. Eigenlijk iets te chique voor mij. Alsof er iets is misgegaan bij het boeken van een kamer en de directeur nu in een jongeren hostel moet slapen in plaats van zijn vaste suite met uitzicht op het park.


De 'als dan-gedachte' is een gevaarlijke. Dat wist ik al. 'Als ik straks meer tijd heb, dan zal ik elke dag schrijven. Als ik een eigen werkkamer heb, dan zal ik gedisciplineerder zijn. Als ik die mooie schrijverslamp heb, dan komen de ideeën vanzelf.'


Voorwaarden zijn excuses om niet aan het werk te hoeven. Om niet met de angst en onzekerheid van een leeg blad te worden geconfronteerd. Er is geen als en ook geen dan. Er is alleen maar nu.


Nu heb ik die lamp en voel ik me bekeken. 'Nou, kom maar dan, met dat literaire geweld van je, meneer de schrijver, laat maar eens zien dat je mijn verlichting waard bent.'


Ineens overvalt me een heimwee naar de dagen zonder lamp. Had ik hem maar nooit gekocht.