Alsof

Ik neem de trein naar Rotterdam. Ik heb afgesproken met Debby en Marcel van Club Haug, dé comedy club van Rotterdam. Vorig jaar januari stapte ik daar voor het eerst in tien jaar als comedian het podium op. Eerst nog wankel maar inmiddels voel ik me er kind aan huis.


Terwijl ik op de OV-fiets over de Coolsingel rijd denk ik aan alle keren dat ik hier fietste op weg naar een optreden. Heel even voel ik weer die adrenaline. Alsof ik zo op moet.


De club ligt onder een brug aan de Maas. Ik zet de fiets op slot en zie de Erasmusburg, de Willemsbrug én de Hef. Rauw en grootstedelijk. Alsof ik in New York ben.


Na koffie en frustraties over het niet morgen spelen te hebben uitgewisseld voel ik een drang die ik al tijden niet meer heb gevoeld. Podiumdrang. 'Ik ga even in de zaal kijken'.


Ik loop langs het gangetje waar de comedians zich ijsberend voorbereiden terwijl ze steeds om het hoekje gluren om te peilen hoe de sfeer is. Ook ik stond hier vaak met pompende adrenaline mijn tekst nog eens steekwoordsgewijs door te nemen. “Vaccin, Ome Jac, kotsen, tatoeage, anus, etalage”.


Ik loop door. De trapjes af, de kuil in. Richting het podium. Normaal is dit het moment waarop de adrenaline het definitief overneemt van de spanning. De MC heeft je naam geroepen en je kan niet meer terug. Nu baan ik me een weg door de lege stoelen.


En dan, eindelijk, stap ik voor het eerst in maanden weer het podium op. In het koude tl-licht lijkt de zaal meer op een zwartgeverfde kelder. Het is alsof het podium is gekrompen.


Dan vraagt Marcel of ik wil blijven staan en wat door de microfoon wil zeggen. Hij heeft nieuwe techniek aangeschaft en wil die 'effe checke'.

De tl's gaan uit, de spots aan en ineens is het alsof ik weer voor een volgepakte zaal sta. Het verblindende licht, het rumoer van de mensen die bijna op het podium zitten en je volledig insluiten, in een flits komt het allemaal terug.


'Zeg 'ns iets'.

Een korte black out. Wat moet ik zeggen?

Ik begin slap door de microfoon te ouwehoeren en reageer zogenaamd op iemand uit het publiek.


Ik hoor Debby en Marcel lachen.

Of doen ze maar alsof?