Hek

'This life is shit'. Daar stond ik dan. Met mijn zomers bloesje, in mijn zwembroek, op sandalen, met al mijn privileges.


Vijf minuten ervoor zat ik nog te zeuren in mezelf. Piepen en klagen over wat er wel allemaal niet goed was. Wat ik allemaal niet had en anderen wel. Of ik genoeg succes ga krijgen. Genoeg waardering.


Het was een stralende dag. Die avond speelde ik in Haelen dus sliep ik bij mijn ouders, dat is om de hoek. Ik had mijn dochtertje meegenomen. Die kon lekker bij opa en oma slapen terwijl ik na de voorstelling bier kon drinken met vrienden uit het dorp.


De idylle was compleet. Terwijl mijn ouders hun kleindochter lieten spetteren in een badje in de tuin liet ik de hond uit. Letterlijk en figuurlijk geen wolkje aan de lucht.


Wandelend langs de beek verzandde ik toch in een interne modderstroom van ongenoegen.


Zeurend in mezelf liep ik langs een plak grond waar mannen in de brandende zon lelies stonden te koppen. Een van de mannen kwam naar het hek gelopen en riep mijn hond.


'Nice dog. Wolf. Beautiful. How old?' Door zijn enthousiasme zag ik ineens weer hoe mooi onze hond is. Hij leek inderdaad op een wolf. We kletsten een beetje over de hond en het weer.


'You live here?' Ik legde uit dat ik hier geboren was. Dat ik bij mijn ouders op bezoek kwam omdat ik hier moest werken. Dat ik hier graag kwam. Dat ik me hier thuis voel.


'Good life'. Ik knikte. 'And you', vroeg ik. 'Work', zei hij. 'This is my life. This life is shit.'


Het amicale gesprek viel stil. Alsof iemand op pauze had gedrukt. Hij zei het niet als een verwijt of klacht, maar als een constatering.


Daar stond ik dan. Met mijn hond en mijn zonnebril en mijn mond vol tanden. Hij had gelijk. Ik kon er niks tegen inbrengen. Zijn leven was kut. Ineens werd het hek tussen ons in, een metafoor voor de gapende kloof die onze levens scheidde.


Hij kwam uit Roemenië en werkte zich hier maandenlang kapot terwijl hij zijn vrouw en kinderen moest missen. Ik stond aan de andere kant van het hek. Daar had hij ook wel willen staan.


We keken elkaar aan en wisten het allebei. Toen hief hij zijn armen en ging terug aan het werk.